Het kale kerkje dat onderdak boodt voor de nacht werd ontruimd en alle dappere fietsers zochten hun weg naar de hoofdstad. De wegen dufde hier en daar wat tegenstribbelen en soms zag ik het achterwiel van Ingmar een twintig centimeter van grond stuiteren. Een poging om de ruwe washborden en keien op een foto vast te leggen bleek telkens wat bleekjes uit te vallen. De lunch werd pas georganiseerd op een zeventig-tal-kilometer dus een op zijn zachts gezegd: een uitdagende voormiddag! 


De zegen van de pastoor in kwestie deed de brave zieltjes deugd en druppelsgewijs bereikten ze de lunchplek. De ene al wat zwaarder aangeslagen als de andere.  De lunch aan de Tanzaniaanse 'karibu chips express shop' zeg maar de lokale McDonalds. Wouter die ook al vier dagen met buikklachten geconfronteerd was bleek achter zijn eeuwige lach toch energieloos te zijn. Een beetje hulp bij het vervolmaken van de tocht zou welgekomen zijn dus besloot ik om ook maar fietskleren aan te trekken, een beetje asfaltweg is namelijk wat er nog restte. 


Een welgekomen rustdag wachtte de getergde lijven en dat werkte als een rode lap op een stier, na de nodige brandstof hebben ingeslagen fietste het trosje vrolijk door midden Tanzania. Dodoma, een provinciestad welke ooit gebombardeerd werd tot Hoofdstad, was bruisend als een goede champagne. Wat betekend dat het parlement bij elkaar is want anders bevindt het stadje zich in een soort van gezapige roes, vermits Dar es salam de reëele hoofdstad is. Veel volk betekend ook volle hotels, ondanks van te voren geboekt bleek er dus niet genoeg plaats in het voorziene hotel. De crew sliep voor de eerste nacht dus elders. 

Voor het avondeten verzamelden we in het sjiekste restaurant van de stad, al was buiten eten misschien geen goed idee vermits de nacht zijn vriendje 'fris' had meegebracht.